ER WAS EENS HEEL LANG GELEDEN…. (deel 2)

appel

0ver de strafbare pogingen tot moord op Sneeuwwitje[1]

Sneeuwwitje blijft leven dankzij, of wellicht, ondanks, de jager en zij vlucht weg voor de Koningin, diep, diep het donkere bos in. Op een gegeven moment, als ze moe en koud is van haar barre tocht, ziet zij de pittoreske woning van 7 kleine mensen.

Sneeuwwitje begaat daar overigens zelf een strafbaar feit, doordat zij zich de toegang verschaft tot de woning door middel van braak of inklimming (art. 138 Sr). Ongetwijfeld komt haar een beroep toe op een schulduitsluitingsgrond: door de stress en angst van de poging tot moord op haar leven en de angst voor de Koningin is Sneeuwwitje, ondanks de inbraak (wat in strijd is met de wet) niet schuldig. Het feit is weliswaar gepleegd, maar Sneeuwwitje kan daar niet voor worden bestraft vanwege die stress en angst, wat ongetwijfeld een hevige gemoedstoestand (de schulduitsluitingsgrond) teweeg heeft gebracht.

  1. De tweede moordpoging

De Koningin verneemt op enig moment via haar spiegel dat Sneeuwwitje nog steeds in leven is en in het bos woont. De Koningin laat het er niet bij zitten en onderneemt een nieuwe moordpoging. Ze verkleedt zich als een oude marktvrouw en bezoekt Sneeuwwitje in het huisje in het bos. De Koningin/marktvrouw gaat met haar fruit van deur tot deur. Sneeuwwitje krijgt een prachtige rode appel aangeboden en na haar eerste hap van de appel, stort Sneeuwwitje ter aarde. De Koningin heeft de appel vergiftigd. Gelukkig blijkt er onvoldoende gif in de appel te zitten om Sneeuwwitje te doden. En, hoewel er verschillende versies van het sprookje zijn met betrekking tot het “uit de dood opstaan” van Sneeuwwitje, Sneeuwwitje blijft in elk versie van het sprookje in leven.

De giftige appel

Ondeugdelijk middel

Dit betekent dat het middel waarmee de Koningin heeft geprobeerd Sneeuwwitje te doden, de giftige appel, een ondeugdelijk middel was. De appel was het middel waarmee Sneeuwwitje moest worden gedood, maar dat middel had een gebrek (te weinig gif) waardoor het middel niet het effect had dat de pleger had beoogd (de dood van Sneeuwwitje). Het is geen absoluutondeugdelijk middel[2], omdat het middel (een giftige appel) op zichzelf wel doeltreffend is[3]. De gedragingen van de koningin waren naar uiterlijke verschijningsvorm[4]dus gericht op voltooiing van de moord. Dit is dus een strafbare poging tot moord.

Strafbaarheid van de Koningin

De volgende vraag die moet worden beantwoord is de vraag naar de strafbaarheid van de Koningin. Naar we mogen aannemen, was de Koningin ook tijdens het plegen van moordpogingengeestelijk gestoord. De vraag is in hoeverre zij de gevolgen van haar handelen heeft kunnen overzien. Dat zou kunnen betekenen dat de Koningin niet wist wat ze deed en onder invloed van een geestelijke stoornis heeft gehandeld. Hierdoor zou de Koningin niet, althans sterk verminderd, verminderd of enigszins verminderd toerekeningsvatbaar kunnen zijn en dus niet, althans minder strafbaar zijn. Gelet op de koele en berekenende wijze van het plannen en uitvoeren van beide moordpogingen, is het de vraag of de Koningin volledigontoerekeningsvatbaar is[5]. De Koningin zou bij een bewezenverklaring van de strafbare feiten, naast een gevangenisstraf,ter beschikking dienen te worden gesteld (TBS) en van overheidswege worden verpleegd. De Koningin is immers een gevaar voor de samenleving, niet in de laatste plaats, omdat het in de lijn der verwachting ligt dat de Koningin zal blijven proberen Sneeuwwitje te vermoorden.Mocht de Koningin ondanks TBS-behandeling gevaarlijk blijven, dan kan zij op een zogenoemde longstay-afdeling van een tbs-kliniek geplaatst worden. Ze zal daar dan waarschijnlijk voor de rest van haar leven blijven.

Sneeuwwitje kan zich als slachtoffer (benadeelde partij)  voegen in het strafproces tegen de Koningin en om een materiële en immateriële schadevergoeding vragen.

Happy end?

In de populairste versie van Sneeuwwitje, wordt zij “tot leven gekust” door een prins, waarna zij met elkaar trouwen en nog lang en gelukkig leven. Zo eindigen overigens wel meer sprookjes. Het is, denk ik, maar goed dat al die sprookjesprinsessen zich prettig voelen bij deze  “handelwijze” van de prins en dat die prins ook hun droomprins is gebleken.
Ondanks de bijzondere omstandigheden van het geval (te weten: het is een sprookje), zou een bewusteloze, lichamelijke en wilsonbekwame prinses de zoen ook als een afkeurenswaardige inbreuk op haar lichamelijke integriteit hebben kunnen ervaren, waarbij de zoen wellicht niet van voldoende betekenis is om dit als ontucht in de zin van artikel 246 Sr te kwalificeren[6], maar toch. Hoe dan ook,  ze leefden nog lang en gelukkig (naar ik aanneem met elkaar).

 

[1]Sprookjes bestaan niet. Het strafrecht is wel echt. Het doel van dit blog is om een ingewikkeld strafrechtelijk thema aan de hand van de analyse van een sprookje op een toegankelijke wijze nader toe te lichten. Indien u behoefte heeft aan juridisch advies, dan doet u er goed aan uw specifieke vraag een advocaat voor te leggen.

[2]Zie bijv. Hoge Raad 23-01-2007 ;ECLI:NL:AZ3587
[3]Hoge Raad 23-01-2007;ECLI:NL:HR:2007:AZ3587
[4]Hoge Raad 24-10-1987, NJ 1797/52
[5]Zie bijv. Hoge Raad 28-02-2012;ECLI:NL:HR:2012:BR2342;Gerechtshof Amsterdam 6-11-2011
ECLI:NL:GHAMS:2011:BQ7128
[6]Gerechtshof Den Bosch 8-11-2010; ECLI:NL:GHSHE:2010:BO4155

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Wij maken gebruik cookies om ons website verkeer te analyseren.